Risicomanagement toepassen: zo bescherm je jouw portfolio in 5 stappen
In het vorige artikel hebben we besproken wat risicomanagement is en waarom het zo belangrijk is. Kort samengevat: zonder risicomanagement ben je geen belegger, maar een gokker.
Gokkers verliezen op de lange termijn altijd.
Maar weten dat risicomanagement belangrijk is, is hetzelfde als weten dat gezond eten belangrijk is. Iedereen knikt, maar niemand legt de chips neer.
Dus laten we het concreet maken. Hoe pas je risicomanagement toe op jouw portfolio?
Stap 1: Ken jezelf (serieus)
Voordat je ook maar een euro belegt, moet je eerlijk zijn tegen jezelf. En dat is moeilijker dan het klinkt.
Stel jezelf de volgende vragen.
Hoe lang kan ik mijn geld missen? Als het antwoord "tot volgende maand" is, dan moet je niet beleggen. Dan moet je sparen. Beleggen moet je alleen doen met geld dat je niet nodig hebt.
Hoeveel kan ik verliezen zonder in paniek te raken? We bedoelen echte paniek, dus wanneer de beurs opent en je portfolio staat 25% in het rood. Weet je precies wat je moet doen of ga je als een kip zonder kop alles verkopen?
Het is belangrijk dat je eerlijk bent tegen jezelf.
Er is geen schaamte in toegeven dat je een defensieve belegger bent. Een belegger die zichzelf kent slaapt beter dan een belegger die doet alsof hij nergens bang voor is.
Stap 2: Spreiden, spreiden, spreiden
Diversificatie. Je hebt het vast wel is voorbij zien komen, maar de meeste beleggers pakken het verkeerd aan.
"Ik heb vijf tech aandelen, dus ik ben gespreid." Nee, je hebt vijf variaties van hetzelfde risico. Als de tech sector onderuit gaat (en dat gaat een keer gebeuren), gaan alle vijf je aandelen mee.
Echte diversificatie betekent spreiden over meerdere lagen.
Denk aan verschillende sectoren, zoals tech, gezondheidszorg, energie of consumentengoederen. Als tech daalt, stijgt gezondheidszorg misschien wel.
Denk ook aan verschillende regio's. Niet alleen Amerikaanse aandelen, maar ook Europa en opkomende markten. De Amerikaanse markt is geweldig, maar geen land heeft een monopolie op groei.
En denk aan verschillende instrumenten, zoals aandelen, ETF's of obligaties.
De simpelste manier om deze diversificatie te bereiken is via verschillende ETF’s. Die spreiden je risico automatisch.
Stap 3: Bepaal je positiegrootte
Dit is waar de meeste beleggers de mist in gaan. Ze worden verliefd op een aandeel en gooien er veel te veel geld in.
Je hebt je onderzoek gedaan, je bent overtuigd, en je denkt: "Dit wordt de volgende Amazon." Misschien, maar misschien ook niet. Als het niet de volgende Amazon wordt maar wel een slecht bedrijf blijkt te zijn, wil je niet 40% van je portfolio erin hebben zitten.
Een veel gebruikte richtlijn is de 5%-regel.
Stop nooit meer dan 5% van je totale portfolio in een enkel aandeel. Heb je €10.000 belegd? Dan maximaal €500 per individueel aandeel. Het klinkt saai, maar dit zorgt ervoor dat een willekeurig aandeel niet je hele portfolio naar beneden haalt.
Bij meer overtuiging kun je oprekken naar 10%, maar wees daar voorzichtig mee. Overtuiging en overmoed liggen dicht bij elkaar.
Stap 4: Stel je regels op voordat je ze nodig hebt
Hier zit het verschil tussen amateurs en serieuze beleggers. De amateur is reactief, de serieuze belegger is proactief.
Schrijf je regels op.
Wanneer koop ik bij, wanneer verkoop ik, wat doe ik bij een crash, hoeveel cash houd ik achter de hand? Als je dit plan van tevoren opschrijft, hoef je er niet meer over na te denken.
Wanneer er een dip is kan je in paniek raken, ook al heb je een plan in je hoofd. Schrijf het daarna op en volg die regels meedogenloos.
Mike Tyson zei ooit: "Everybody has a plan until they get punched in the mouth." Het punt is niet dat je plan perfect is. Het punt is dat je er een hebt.
Stap 5: Herbalanceer regelmatig
Je portfolio is niet statisch, maar iets wat je constant moet heroverwegen.
Stel, je begint met 70% aandelen en 30% obligaties. Na een goed jaar voor aandelen staat je portfolio op 80% aandelen en 20% obligaties. Je risico is nu hoger dan je oorspronkelijk wilde.
Herbalanceren betekent dat je een deel van je aandelen verkoopt en obligaties bijkoopt om terug te komen op die 70/30-verdeling.
Een of twee keer per jaar is voor de meeste beleggers meer dan genoeg. Je hoeft niet iedere week aan de knoppen te draaien, het is zelfs beter om dat niet te doen. Te veel handelen kost geld (transactiekosten) en leidt tot emotionele beslissingen.
De harde waarheid
Risicomanagement gaat niet over het vermijden van verlies. Verlies hoort bij beleggen zoals regen bij Nederland hoort. Het gaat erom dat je de verliezen beheersbaar houdt, zodat je in het spel blijft.
De beleggers die over twintig jaar de mooiste rendementen hebben, zijn niet degenen die nooit verlies maakten. Het zijn degenen die hun verliezen klein hielden, hun emoties in toom hielden en bleven zitten toen iedereen om hen heen in paniek verkocht.
Het is niet sexy, maar het levert wel rendement op.
En dat is uiteindelijk waar het om draait. Niet om het snelste paard te kiezen, maar om ervoor te zorgen dat je lang genoeg in de race blijft om de finish te halen.